Waarom een baby applaus krijgt, wanneer hij valt bij zijn eerste stap
en je als volwassene
hierop bekritiseerd wordt?

Je herkent dit vast wel: een baby die zijn eerste stap zet en daarna direct op zijn billen valt, krijgt applaus, aanmoedigingen, knuffels, etc. Iedereen is enthousiast en trots. Het wordt meteen doorvertelt aan familie: “…. heeft zijn eerste stapje gezet!!”

De aandacht voor deze eerste stap is zo positief, bemoedigend en enthousiast.
Er is geen ouder die deze stap niet waardeert en trots is op zijn kind. Natuurlijk!
En waarom?

 

Niet omdat die gevallen is, maar omdat de eerste stap gezet is en dat is de allermoeilijkste. en spannendste.

Bij baby’s kijk je automatisch naar de stappen die ze zetten en daar oogsten zij bewondering voor.

Dan zou het heel raar zijn, als je dan in je achterhoofd zou hebben, dat iemand ooit de hele dag moet kunnen lopen en het liefst ook nog kunnen hardlopen, hinkelen, springen etc. Nee, daar kijk je nog niet naar. Je bewondert de eerste stap.

Wat doen we t.o.v. een volwassene die iets nieuws wil leren? We refereren vooral aan het uiteindelijke eindresultaat.
Dat doet jezelf vaak al, maar ook je omgeving. Terwijl het ook voor een volwassene begint met een eerste stap.

Wanneer je bijvoorbeeld wilt leren pianospelen heb je het beeld van een hele goede pianist voor ogen en stel je je voor hoe het is om dat ene mooie muziekstuk zelf te kunnen spelen.
Meestal bedenk je je ook nog, dat die pianist vast wel heeft moeten oefenen voordat die dit kon.

Maar pas als je zelf begint met leren pianospelen en ontdekt hoe moeilijk het is om met 2 handen verschillende dingen te doen, besef je hoeveel iemand heeft moeten oefenen om dat te bereiken. Dan is het zo makkelijk om je eerste muziekstukjes alleen te zien als simpele, niks betekenende muziekjes. Nee!! Er zijn een heleboel mensen die nooit piano gespeeld hebben. Het is dus al heel knap dat je de stap genomen hebt om te beginnen. Dat idool van je is ook zo begonnen.
Zo gaat het ook met allerlei andere sociale vaardigheden.
Stel je voor dat je vindt, dat je wel wat assertiever kunt zijn en beter je grenzen wilt leren aangeven.
Zo’n proces begint met bewustwording. Dat houdt in dat je achteraf merkt, dat iemand over jouw grens gegaan is. Dat voelt niet fijn.
Dus neem je je voor, om dat een volgende keer niet meer te laten gebeuren.
Omdat je er heel erg mee bezig bent, lukt het je een volgende keer in een situatie die bekend is, om tegen iemand die je vertrouwt en waarbij je je veilig voelt om daadwerkelijk te zeggen, dat je iets graag anders wilt.
Je bent (hopelijk) trots op jezelf dat je je grens aangegeven hebt. Terecht!!
Maar dan….. dan staat ineens je leidinggevende voor je en vraagt (geeft opdracht) om iets te doen, waar je eigenlijk geen tijd voor hebt. Voor je het weet heb je al “ja” gezegd. Als je leidinggevende de deur uit is, is er grote kans, dat je boos bent op jezelf: “heb ik weer mijn grens niet aangegeven”.

Natuurlijk heb je je grens niet aangegeven. Dit is net zoiets als na 2 pianolessen een pianoconcert willen spelen.
Bedenk voor jezelf dat ook het aangeven van grenzen iets is wat je moet oefenen.
Oefenen is helaas heel vaak proberen en vallen (niet gelukt op de manier die jij graag wilt) en langzaam steeds beter worden.
Dat proberen heeft ook meer kans op succes,wanneer jij begint met in (voor jou) makkelijke situaties.

Dat je er dan nog lang niet bent, is geen punt. Wanneer je door blijft gaan met stappen zetten, iedere keer weer opstaat en het opnieuw probeert, komt het echt wel.

 

Dus als jij zelf of iemand in je omgeving iets nieuws probeert:

bewonder de stap,

geef applaus,

complimenteer en

spreek je vertrouwen uit!

Share This